Wij zijn allen één

Werk gemaakt bij het gedicht van Marion Steur:

Ik wilde zo graag een stap opzij zetten
Het nieuws liever ongehoord laten zijn
Alleen nog naar de elementen luisteren
Wiegen in het ritme van wind en water

Ik wilde zo graag voelen waar ik ophoud
Waar de wereld begint als ik voorzichtig
Een teen in het ondiepe water steek
De bodem is onzichtbaar maar dichtbij

Zittend aan de waterlijn heb ik geen idee
Waar precies de lucht het water raakt
Hoe diep het water is tot de grond begint
Ik steek mijn teen in het water en tast

Kan ik op de bodem staan op zak ik weg?
Ik stap opzij en voel hoe diep de indruk
Is die ik heb gemaakt door er te staan
In het water met de wind in mijn haar

Tot hoe ver in de bodem rijkt het water?
Water is zwaarder maar mengt altijd
Hoge luchtlagen zijn droger en lichter
De wind brengt lucht van hier naar daar

Ik ben stil en alles om mij heen beweegt
Ik voel alleen het water en leun achterover
Onder mijn billen mijn handen en voeten
Ontstaan kuilen in de grond die mij draagt

Als ik opsta lopen eerst de voetafdrukken vol
Dan verschijnt ook in de andere kuiltjes water
Zonder water is grond dor en droog los zand
De grens tussen water en land lijkt onzichtbaar

Onder water woelt stroming de bodem los
In het water is grond en in de grond is water
Er is water in de lucht en in water is lucht
Voor leven en om te kunnen blijven leven

De grenzen die we zien zijn raakvlakken
Voor uitwisseling van lucht en water
Voor leven met elkaar — grenzen zijn ijl
Zoals grond en lucht en water zijn wij één